Op deze pagina is meer informatie te vinden over
de genetica
en
bloedgroepen van katten.
Genetica van de Langharige Brit
Omdat er nogal wat misverstanden bestaan m.b.t. het
vererven van langhaar zullen we proberen
dit hier op
eenvoudige wijze te verklaren.
Zoals we al eerder hebben verteld, is de Brits
Korthaar ontstaan uit een kruising tussen een
Europese korthaar en een Perzische kat. Nu is het
zo, dat het korthaargen dominant is.
Uit de
eerste combinaties van Europees korthaar X Pers
werden dus alleen maar korthaartjesgeboren.
In
genetica-taal zou dit er zo uitzien: LL x l l geeft:
L l .
Verklaring: men is overeen gekomen dat de aanduiding
voor het dominante korthaargen
hoofdletter L
is.
Omdat dit gen aan beide zijden van de
DNA-dubbelspiraal aanwezig moet zijn,
schrijven we
dus twee hoofdletters L.
Het recessieve
langhaargen wordt aangeduid met een
kleine
letter l. Om te kunnen bepalen, wat er
gebeurt als je katten met
een verschillende
genetische structuur kruist, moet je altijd de genen
van beide spiralen omschrijven.
De eicel van een
poes bevat een helft van een spiraal, de zaadcel van
de kater ook.
In de praktijk betekent dit dat je
altijd
exact omschreven combinatie-mogelijkheden
hebt;
bijvoorbeeld: Europees korthaar (poes) x Pers
(kater).
De eicel van de poes bevat in dit geval dus altijd
het dominante korthaargen L.
De zaadcel van
de kater bevat in dit geval dus altijd het
recessieve langhaargen l.
Uit deze combinatie
worden dus altijd kittens met de genetische
aanduiding Ll geboren.
Deze kittens zijn
kortharig, omdat het dominante gen het recessieve
gen overheerst.
De dominantie is volledig, dus zal het kitten
uiterlijk geen enkel teken vertonen van de
aanwezigheid van het recessieve langhaargen.
Een van
de meest verbreide misverstanden is,
dat een kat die
een langhaargen draagt, zelf ook een iets langere
vacht heeft.
De fokkers die geëxperimenteerd hebben
met vachtlengte-kruisingen, hebben ook uit ervaring
ondervonden dat
de vacht of kort- of langharig is.
(hetgeen de wetten van genetica bevestigt).
Een
volgend voorbeeld: een kruising tussen twee
nakomelingen uit de bovengenoemde
combinatie:
genetisch dus Ll geeft de volgende
mogelijkheden:
Het leuke is, dat we nu ook kunnen voorspellen
hoeveel kans we hebben op kort- of langharige
kittens. (je hebt 2 x kans op Ll).
Er is dus
25% kans op een langhaartje, 25% van
kittens zal
homozygoot korthaar zijn en 50% zal
heterozygoot korthaar zijn.
Let wel: dit is een
theoretische
voorspelling!
Je kunt het treffen, dat een heel nest langharig is
of kortharig……
Bij ieder nest uit zo’n combinatie is
het dus steeds weer spannend om te zien wat er
gebeurt,
te meer omdat je meestal pas bij een week
of zes definitief kunt zeggen of een kitten
langharig
wordt…
Uit een combinatie tussen een homozygoot
korthaar en een heterozygoot korthaar kunnen
we
dus zeggen dat je altijd korthaartjes
terugkrijgt, waarvan 50% het langhaargen draagt.
Een
combinatie tussen een homozygoot langhaar (l
l) en
een heterozygoot korthaar (l L)
geeft
dus 50% langhaartjes en 50% heterozygoot
korthaar. Een combinatie tussen
twee homozygoot
langharen geeft uiteraard 100% langhaar
terug.
Het verschil tussen halflanghaar en langhaar.
Om
nog een misverstand uit de weg te ruimen: er
bestaat geen halflanghaargen!
Het langhaargen is weliswaar verantwoordelijk voor
een langharige vacht, maar het zijn de polygenen
die bepalen HOE lang
de vacht uiteindelijk
wordt… Polygenen liggen verspreid over
de hele
DNA-structuur en zijn mede bepalend voor o.a.
vachtlengte,
-dikte, -dichtheid etc.
De Pers is zo extreem langharig geworden omdat de
fokkers jarenlange selectie op vachtlengte
hebben
toegepast.
Bij de halflangharige rassen zoals de Heilige
Birmaan, Maine Coon, Ragdoll,
Somali etc. selecteren
de fokkers niet
op de langste vachten. Zo kun
je dus op shows bijvoorbeeld
Ragdolls zien met een
vacht die maar net iets langer is dan die van
een
kortharige kat,
maar ook exemplaren met een bijna op
de Pers gelijkende vacht. Bij de Brits Halflanghaar
selecteren we
op een halflange, wollige vacht, die
weinig onderhoud nodig heeft.
(Er bestaat een
voorlopige standaard).
BLOEDGROEPEN bij KATTEN
Bij Britten 41% A en 59% B
Tot voor enkele jaren werden de gevolgen van
verschillende bloedgroepen bij de kat niet als
zodanig erkend, maar eenvoudig weg
ondergebracht
als:
Fading
Kitten
Syndrome, zoals
U verderop in dit artikel kunt lezen werden er sinds
een aantal
jaren onderzoekingen gedaan,
waaruit men
tot de conclusie is gekomen dat er bij katten ook
elkaar niet verdragende bloedgroepen bestaan, met
als gevolg:
FELINE NEONATALE ISOERYTHROLYSIS
U zult misschien denken: F.N.I. wat is dat?
Weer de een of andere nieuwe kattenziekte?
Een ziekte waar U pilletjes, zalfjes, drankjes of
injecties tegen geven kunt is
F.N.I. niet,
maar als het Uw kittens
treft is het wel triest. Wat betekent namelijk
Feline
Neonatale
Isoerythrolysis:
de
F staat voor:
katten.
de N staat voor:
jonggeborene.
de I
staat voor: de vernietiging van rode
bloedlichaampjes.
Het gevolg is: DODE KITTENS!
Het zal voor U waarschijnlijk niet onbekend zijn dat
mensen verschillende bloed- groepen hebben.
In de
loop der jaren heeft men dat allemaal uitgeknobbeld
en we weten nu bijvoorbeeld hoe de
percentages bij
de mensen liggen;
Bloedgroep A 42%, B 14%, AB 7% en O 37%.
Het is bekend dat bij bloedtransfusies alleen bloed
van dezelfde bloedgroep gebruikt mag worden,
daar
anders de rode
bloedlichaampjes 'oplossen' en een
levensgevaarlijke situatie ontstaat.
Ook weet men dat het bloed, ongeacht de bloedgroep,
bij 85% van de blanke bevolking nog een
ander soort
kenmerk draagt,
dat bij de overige 15% ontbreekt, de zgn.
Rhesusfactor.
Is een moeder Rh (Rhesus) negatief en de vader Rh
positief dan kan dat een proces ontketenen
dat leidt
tot vorming van
antilichamen bij de moeder, die aan
het on- of pasgeboren kind ernstige
schade kunnen
berokkenen. Is de moeder echter
Rh positief en de
vader Rh negatief,
dan ontstaat deze situatie niet.
Van allerlei diersoorten waren bloedgroepen en de
specifieke kenmerken daarvan al bekend, maar wat
katten betreft daar hebben
de onderzoekingen lang op
zich laten wachten. Sinds het begin der jaren '80 in
Australië en later in Amerika, Frankrijk en
Duitsland heeft men echter onderzoekingen gedaan bij
katten. Die onderzoekingen hebben tot de volgende,
voorlopige,
resultaten geleid:
De vererving van bloedgroepen bij katten verloopt
volgens de erfelijkheids-leer van Mendel.
Dit wil
echter niet zeggen dat de wijze van coderen
overeenkomt met de in de Katten-Genetica
m.b.t. tot
kleur-vererving etc.
gebruikelijke coderingen, daar
geven hoofdletters aan dat een gen
DOMINANT is en
kleine letters geven aan dat een gen recessief
is.
Voor bloedgroepen worden
slechts hoofdletters
gebruikt plus de mededeling dat de ene bloedgroep
(A),
de andere
(B) overheerst.
N.B. De hoofdletter A heeft niets te maken met de A van AGOUTI en de hoofd-letter B heeft niets te maken met de B van BLACK.
Bij katten bevat het bloedplasma natuurlijke
antilichamen tegen een vreemde bloedgroep.
Bij
andere diersoorten en bij de mensen worden die
antilichamen pas gevormd wanneer bij
bepaalde,
elkaar niet verdragende,
bloedgroepen of andere
kenmerken (zoals Rh) het eerste
contact heeft plaats
gevonden.
Een tweede contact kan dan tot on-
verdragelijkheids-reacties
leiden.
Bij katten zijn DRIE bloedgroepen geconstateerd t.w.:
Bloedgroep
A gevormd door het genenpaar A/A of
A/B,
waarbij de eigenschappen van
A
de eigenschappen van
B onderdrukken.
Bloedgroep
AB
deze bloedgroep komt zeer zeldzaam voor en er is nog
weinig over bekend.
AB
heeft ANDERE eigenschappen dan de combinatie van
A/B.
Bloedgroep B gevormd door het genenpaar B/B
Wanneer kunnen er onverdragelijkheids-reacties optreden?
1. BLOEDTRANSFUSIE: Bijv. na een ongeval, bij
een operatie enz.
Een bloedtransfusie met bloed van een verkeerde
bloedgroep zou o.a. een dodelijke shock tot
gevolg
kunnen hebben.
(A-donor/B-ontvanger)
Uw dierenarts zal daar beslist wel ervaringen mee
hebben opgedaan bij andere dieren.
Hopelijk is hij
er reeds van op de hoogte dat een kat de
antilichamen niet opbouwt, zoals bijv. bij honden,
maar reeds natuurlijke antilichamen in het
bloedplasma bezit. Bij een hond bijv. gebeurt er bij
de eerste transfusie niets,
maar een tweede
kan
dodelijk zijn.
2. ZWANGERSCHAP: Over dat wat er tijdens de
zwangerschap kan gebeuren m.b.t.
onverdragelijkheids-reacties bestaan nog
verschillende meningen. In de ene publicatie wordt
gezegd: "Antilichamen komen terecht in de
bloedsomloop van de foetus resp.
de pasgeborene,
terwijl een andere publicatie vermeldt: "Wanneer een
moederpoes met bloedgroep B
kittens
met bloedgroep A
uitdraagt gebeurt er vóór de geboorte niets, omdat
de antilichamen van de
moeder niet door de barrière
van de placenta heenkomen."
3. GEBOORTE: De eerste moedermelk (colostrum)
bevat allerlei afweerstoffen, die de kittens
beschermen tegen infecties etc.,
maar in het geval
van onverdraaglijke bloedgroepen óók de
afweerstoffen c.q. antilichamen tegen de vreemde
bloedgroep.
Beperken we ons tot punt 3, dat is namelijk voor
ons, als fokkers, van direct belang en ook het
enige
waar, voorlopig althans, door ons iets aan gedaan
kan worden, maar eerst;
Hoe werkt de vererving van de Bloedgroepen A en B?
| POES | KATER | KITTEN |
| A = A/A | A = A/A | A = A/A |
| A = A/A | A = A/B | A = A/A of A/B |
| A = A/A | B = B/B | A = A/B |
| POES | KATER | KITTEN |
| A = A/B | A = A/A | A = A/A of A/B |
| A = A/B | A = A/B | A = A/A of A/B en B = B/B |
| A = A/B | B = B/B | A = A/B en B = B/B |
| POES | KATER | KITTEN |
| B = B/B | A = A/A | A = A/B ** |
| B = B/B | A = A/B | A = A/B ** en B = B/B |
| B = B/B | B = B/B | B = B/B |
Bij de met
**
gemerkte kittens treedt mogelijk een
onverdragelijkheids-reactie op, dat is dus
wanneer
de Moederpoes tot de Bloedgroep
B (=
B/B) behoort en haar
kittens tot Bloedgroep A
(= A/B).
Zo U kunt zien in de opsomming van mogelijkheden
speelt de bloedgroep van de dekkater,
afgezien van
het feit dat hij kittens met bloedgroep " A "
verwekt heeft, geen directe rol in
de reactie.
Waaruit bestaat die onverdragelijkheids-reactie?
Door de anti- A
-lichamen in de moedermelk van een bloedgroep
B poes worden de rode
bloedlichaampjes van de kittens
met bloedgroep
A afgebroken, een
proces dat F.N.I.
genoemd wordt.
Naar boven
Hoe is F.N.I. te constateren?
De geboorte zal, afgezien van andere
bijkomstigheden, normaal verlopen.
De kittens waarbij de F.N.I. reactie plaatsvindt zullen
echter:
- onmiddellijk
na de geboorte zonder sporen van ziekte o.d. dood
gaan.
- vertonen zwakte, hebben geen zin om te drinken
- na een dag (of een paar dagen) steeds minder gaan
drinken,
- scheiden een roodbruin urine af, (het duidelijkste
signaal)
- krijgen geelzucht,
- krijgen bloedarmoede (anemie), enz.
- sommige kittens overleven, maar na 1 of 2 weken
sterven de staartpunten af,
- andere kittens drinken en groeien verder en
krijgen hoogstens een lichte vorm van bloedarmoede.
Is er iets aan/tegen F.N.I. te doen?
Oh ja, zeer zeker! Als U een beetje van "wanten weet" tenminste.
Voorkomen is beter dan genezen. Door slechts
B x
B te kruisen zou het
probleem helemaal
uit de wereld zijn en hoefde er
nooit
een bloedgroep te worden bepaald. Bij een
A x
A kruising
zal het
echter noodzakelijk zijn om van de nakomelingen
steeds de
bloedgroep te laten bepalen,
want;
bloedgroep A kan immers
'fokzuiver' AA of 'fok-onzuiver'
A/B
zijn en derhalve kittens met
verschillende
bloedgroepen geven.
De B-kittens kunnen
geselecteerd worden, maar voor de
A-kittens zal het een
schier
onmogelijke taak zijn dat recessieve gen
B
weg te fokken, want
het kan generaties lang
meegedragen worden.
Bloedgroep B is
eigenlijk een beetje te vergelijken met
een langhaar-factor
of een verdunnings-factor.
Wat onze (Europese) dieren-artsen en Universiteiten
echter waarschijnlijk nog steeds niet
beseffen is de
mate waarin het
probleem voorkomt en zich verbreidt.
Volgens Amerikaanse
Statistieken en discussies op de BSH-List op het Internet komt
men tot de volgende
percentages
van katten met Bloedgroep
B:
20% Abessijn
16% Heilige Birmaan
59% Brits Korthaar
43% Devon Rex
20% Perzisch Colourpoint
24% Perzen
15% Scottish Fold
22% Somali
Nogmaals F.N.I.
is geen (besmettelijke) ziekte, raakt U dus niet in
paniek. En laat Uw (dek)kater
met bloedgroep
B,
als U dat tenminste
heeft laten vaststellen, niet hals over de kop
castreren.Aan de directe gevolgen, het optreden van
F.N.I.,
heeft hij
part nog deel; maar als een dekkater
uit Frankrijk
afkomstig, naar Nederland verkocht wordt en daarna
naar
de Verenigde Staten
geëxporteerd wordt en óók
nog
een zéér gevraagde dekkater was, dan kunt U zich
misschien
voorstellen
dat die Bloedgroep
B bij allerlei
nakomelingen (Poezen zowel als Katers) aanwezig
is c.q. gedragen wordt.
In Engeland schijnt men het
idee (gehad) te hebben dat alle problemen
opgelost
konden worden door katten met Bloedgroep B
in het zgn. 'inactieve register op te bergen', zo met het
idee, dan wordt er niet meer mee gefokt dus dan
verdwijnt 'het' wel,
maar ja wat moet je als je,
zoals in de VS, op 59% B
en 41% A uitkomt?
Alle B's uit het
inactieve register en alle A's
erin?
Mocht U, door ervaring met eerdere nesten van een
poes of door het constateren van de eerder
vermeldde
symptomen,
het vermoeden hebben dat Uw poes tot
bloedgroep B (B/B)
behoort,
neem dan het zekere voor het onzekere en
haal de kittens
meteen na de geboorte, de eerste
18
- 24 uur, bij de moeder weg.
Het is misschien even zielig voor Uw poes, maar als
haar kinderen, de één na de andere, sterven
heeft ze
helemaal geen nest
meer waarop ze haar moeder-gevoelens kan botvieren en dat is nog
veel
erger voor haar, dan even een dag zonder kittens.
Zuiver theoretisch gesproken, zou U na het constateren van de symptomen:
- de urine van de kittens kunnen laten onderzoeken,
- de bloedgroep van de moeder kunnen laten bepalen,
- de bloedgroep van de kittens laten bepalen via de
nageboortes,
(Het bloedafnemen van de placenta om zodoende
de bloedgroep van het kitten te bepalen wordt
door
het EVL afgeraden.
U weet namelijk niet of het bloed dat u opneemt van
het kitten of
van de moederpoes is).
Dat zijn echter oplossingen volgens 'een boekje'
want hoeveel dierenartsen zijn er al met het
probleem bekend? Waar wonen zij?
Kunnen de testen
ter plaatse uitgevoerd worden of moet
de
Universiteit ingeschakeld worden?
Hoe lang gaat dat duren en hoeveel tijd heeft U er
voor?
De kittens apart met een kruikje o.d. in een warme
kamer, is een snelle en zekere weg om
de problemen
zo snel en
goed mogelijk te lijf te gaan.
Het weghalen van de kittens heeft uiteraard wel een
aantal gevolgen, want als de moeder de
kleintjes
niet kan,
beter gezegd niet mag, zogen, dan zult U
een andere oplossing moeten vinden!
Een andere zogende poes?
Dat is niet aan te bevelen zolang U niet weet welke
bloedgroep díe poes heeft.
Stelt U zich eens voor
dat het ook een B-poes
is, met alleen maar B-kittens,
dan komt U 'van de regen in de drup'.
zie ook einde artikel
** BELANGRIJK
De kittens zelf gedurende 18 -24 uur iedere twee
uur, dag en nacht, voeden?
Met Lactol, K.M.R., o.d. komt U een heel eind, maar
er kleven ook allerlei risico's aan en 't is
een
klus!
Iedere twee uur een voeding maken, met het
risico dat door de van poeder gemaakte
voeding
klontert en het speentje verstopt
raakt enz.
Bovendien bestaat de grote kans dat
de kleintjes
zich verslikken, voeding in de longen krijgen etc.
met alle nare
gevolgen van dien.
In het eerder, in een ander blad, verschenen artikel
"Bloedgroepen bij katten" wordt ook nog een
andere
oplossing gegeven, namelijk:
"Het kunstmatig laten
voeden met een sonde door de
dierenarts." In dat
zelfde artikel wordt ook nog 'halstarrig'
vastgehouden
aan 48 tot 72 uur als
periode waarin de
kittens niet bij de moeder mogen drinken.
Typisch een oplossing 'uit een boekje', want in het
gunstigste geval weet Uw dierenarts een
klein beetje
van wanten,
heeft de juiste voedingssondes voorradig
en kan U precies vertellen
hoe het moet en waar U op
moet letten.
In dat geval zal Uw dierenarts weten hoeveel voeding
per keer gegeven kan worden en kunnen
de voedings-bezoeken,
een maal per vier uur, tot zes
per dag beperkt worden.
Met een beetje geluk kunt U
dan zelfs 's nachts om vier uur rustig thuis
blijven,
maar dat ligt aan de ervaring van Uw
dierenarts.
Er is ook een andere oplossing, namelijk zelf met de
sonde gaan voeden?!
In het geval U zelf de kittens met de sonde kunt
voeden, schijnt het mogelijk te zijn de kittens
bij
de moeder te laten en
ze "dwangmatig" zoveel voeding
te geven dat zij min of meer
'doorgespoeld' worden
en de anti-lichamen in de moedermelk
nauwelijks de
kans krijgen in
actie te komen. Dat wil zeggen de
kittens zullen dan nauwelijks meer iets drinken bij
de moeder,
waardoor de kittens slechts weinig
antilichamen binnen kunnen krijgen.
(** Belangrijk!
Na 18 -24 uur absorbeert de darmwand de antilichamen
niet meer en is het 'gevaar' geweken.
De moeder
blijft echter gedurende de hele zoogtijd anti
lichamen produceren, zowel de
GOEDE als de
SLECHTE (zoals het Anti bloedtype
A) dit ter immunisering
van de ingewanden.
't Is maar dat U het weet en er
aan denkt dat Uw " B
" poes (of een andere poes,
waar U de bloedgroep
niet van kent)
na 18 - 24 uur niet als 'min' gebruikt kan
worden voor
een ander nest met hetzelfde probleem.
Copyright 2004-2011 © Cattery Beau Monde. All Rights Reserved.